De Teckel - Karakter
De teckel is de kleinste soort jachthond.
Van oorsprong werd hij gefokt voor het jagen onder de grond,
m.n. op vossen en dassen. Aangezien deze dieren groter zijn dan de
teckel zelf, moet (om bij een eventuele confrontatie te kunnen
overleven) de teckel over een moedig en zelfstandig karakter
beschikken. Immers de jager kan hem onder de grond niet te hulp
schieten.
Heden ten dage hebben de teckels deze karaktereigenschappen
nog steeds behouden. Men mag van deze honden dus geen slaafse
gehoorzaamheid verwachten. Toch is de teckel ook gehoorzaam te krijgen,
alleen duurt dit wat langer en dient men steeds zeer consequent te
blijven.
De teckel is een vrolijke hond en is vaak tot op hoge leeftijd
speels. Het is ook een waakse hond en zal graag willen blaffen.
De meest oorspronkelijke teckel is de KORTHARIGE
teckel. Deze honden hebben dus ook het meest de rastypische kenmerken;
zijn vaak gereserveerd jegens vreemden en leggen vaak een grote
aanhankelijkheid aan de dag jegens hun baas. Ze kunnen de baas door het
hele huis volgen en blijven het liefst in zijn buurt.
De LANGHARIGE teckel is ontstaan
door het fokken van kortharige teckels met Spaniëls en Ierse Setters.
Over het algemeen zijn deze honden wat gemoedelijker van aard en
reageren wat vriendelijker op vreemden. Ook zouden ze wat geschikter
voor kinderen zijn.
De RUWHARIGE teckel is ontstaan door
het fokken van kortharige teckels met verschillende soorten
Terriërs. Hierdoor zullen deze teckels meer jachtpassie hebben en vaak
wat feller van karakter zijn. Soms hebben zij zoveel jachtpassie, dat
ze niet onaangelijnd mee naar buiten kunnen.
Teckels zijn uitstekende huishonden, maken graag deel uit van
een gezin en zouden daar ook het liefst de baas willen spelen. Jegens
andere huishonden hebben zij meestal een dominant karakter.
©Jan en Kia
|